Sommige speeches blijven hangen. Misschien heb je de beroemde toespraak van Martin Luther King wel eens gehoord, die begint met de illustere woorden: I have a dream. Of – minstens zo beroemd – de Ich bin ein Berliner-speech van John F. Kennedy. Hoe komt het eigenlijk dat je bij de ene toespraak na een minuut in slaap valt en de ander nooit meer vergeet?

Feitelijkheid wordt steeds minder belangrijk

 

Het zijn dit soort vragen die Jean Wagemans – docent argumentatie en retorica aan de Universiteit van Amsterdam – interessant vindt. Hij doet onderzoek naar hoe mensen elkaar overtuigen en welke middelen ze daarvoor precies gebruiken. Met retorica wordt dan ook bedoeld: de kunst van het overtuigen.

Een kunst ja, want bij het overtuigen van anderen komt behoorlijk veel kijken. “Neem Donald Trump,” aldus Wagemans. “Je kunt het niet eens zijn met de dingen die hij zegt, maar toch heeft hij een groot gedeelte van de Amerikaanse kiezers voor zich weten te winnen. Hij doet dat niet door argumenten te geven, maar door de persoonlijkheid van de tegenstander aan te vallen.” Zo zei Trump over Hillary Clinton: “Als ze haar eigen man niet tevreden kan stellen, hoe denkt ze dan Amerika tevreden te houden?”

Gaat dat te ver?

Wagemans: “Veel mensen – ik ook – vinden van wel. Maar een grote groep mensen vindt kennelijk van niet, want er is massaal op hem gestemd. In het politieke debat zie je de laatste jaren steeds meer dat redelijk argumenteren op basis van feiten – klópt het wel wat iemand zegt? – minder belangrijk wordt. Inspelen op de emoties die leven bij het publiek, dat is waar je tegenwoordig de verkiezingen mee wint.”

Volgens Wagemans helpt de studie naar argumentatie en retorica om zicht te krijgen op de achterliggende mechanismen van dit soort overtuigingsprocessen. “Mensen als Trump zijn in staat om hele bevolkingsgroepen te overtuigen, zonder dat hun argumentatie echt houdt snijdt. Met kennis van retorica heb je een instrument in handen waarmee je heel precies kunt analyseren hoe taal daarbij een rol speelt.”

Dichter bij huis hebben we Geert Wilders, die weer heel andere strategieën toepast als Trump. “Kenmerkend aan Wilders is dat hij elk debat naar zijn hand weet te zetten: hij buigt het onderwerp altijd in de richting van zijn eigen thema’s. Eigenlijk gaat Wilders nooit écht in debat met zijn politieke tegenstanders: hij zendt alleen maar standpunten naar het grote publiek.” Op vragen als ‘Is dit wel in overeenstemming met de grondwet?’ zul je hem niet gauw een antwoord horen geven.

En toch. “Wilders is een zeer overtuigend spreker. Net als Trump speelt hij in op emotie, en bij veel mensen werkt dat” zegt Wagemans. Maar als het feitelijk allemaal niet klopt, dan is dat toch pure manipulatie? “Dat zou kunnen, maar de verantwoordelijkheid voor het overtuigingsproces ligt ook bij de ontvanger van de boodschap. Zoals de oude Grieken al zeiden: Wie de retorica niet bestudeert, wordt er zelf het slachtoffer van.”