©  RIJKSOVERHEID

“Ik ben nu een jaar minister van Onderwijs en vind het iedere dag een feest”

Minister van Engelshoven vertelt over haar studententijd, standpunten en huidige functie

Sinds september vorig jaar is ze Minister van Onderwijs. Ingrid van Engelshoven vindt het een droomportefeuille en is ook nog eens de eerste D66’er die deze functie bekleed. “Ik heb er geen moment over hoeven twijfelen. Als ras-D66’er wil je natuurlijk minister van Onderwijs worden. Naast Onderwijs ben ik ook minister van MBO, Wetenschap, Cultuur en Emancipatie. Alle deze terreinen liggen mij aan het hart”, vertelt ze.

Naam: Ingrid Katharina van Engelshoven
Geboren: 12 juli 1966
Studie: Beleids-en bestuurswetenschappen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en Nederlands recht aan de Universiteit Leiden.
Politieke partij: D66
Functie: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds september 2017
Voorgaande politieke functies:

  • Partijvoorzitter D66 – 2007-2013
  • Wethouder in Den Haag – 2010-2017
  • Lid Tweede Kamer – 2017

In uw studententijd was u al lid van de D66, waar kwam die interesse voor politiek vandaan?
“In 1985 gaf Hans van Mierlo een gastcollege in Nijmegen. Hij hield er “Een reden van bestaan”. Dat vond ik zoʼn inspirerend verhaal, gehouden door een bijzondere man, dat ik bij de uitgang lid werd van D66.”

Met welk standpunt van de D66 identificeert u zich het meest?
“Het is niet zozeer een bepaald standpunt, maar het vrijzinnige mensbeeld van D66. Koester de vrijheid van mensen, maar steun hen ook om die vrijheid te kunnen realiseren. Door bijvoorbeeld te investeren in onderwijs en in een goed sociaal vangnet. Ook de open blik naar de wereld en het geloof in internationale samenwerking heeft me altijd erg aangesproken.”

Wat is uw standpunt in het afschaffen van de studiebeurs?
“Met invoering van het Studievoorschot zorgen we voor een toegankelijk hoger onderwijs van hoge kwaliteit. Hierdoor komt er veel geld vrij om te investeren in de kwaliteit van het hoger onderwijs. Ik heb hier duidelijke afspraken over gemaakt met hogescholen, universiteiten én de studentenorganisaties. Want één ding is helder; het is het geld van de studenten en zij moeten dus ook profiteren van de kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Bij invoering van het Studievoorschot is de basisbeurs omgezet in een leenmogelijkheid. Je kunt als student tegen sociale voorwaarden een lening afsluiten bij DUO. Daarnaast is de Ov-kaart blijven bestaan en uitgebreid naar minderjarige MBO-ers. Ook de aanvullende beurs is blijven bestaan en zelfs verhoogd voor studenten die minder draagkrachtig zijn.”

Hoe bevalt het tot nu toe? Welke verandering bent u tot nu toe het meest trots op?
“Ik vind het een feest. Iedere dag ontmoet ik de meest inspirerende mensen en door bezig te zijn met onderwijs ben je bezig met de toekomst van een nieuwe generatie. Daarom ben ik ook zo blij dat dit kabinet zoveel investeert in onderwijs. Ik ben er trots op dat ik binnen een jaar heb kunnen regelen dat het collegegeld in het eerste jaar voor alle nieuwe studenten gehalveerd is en voor studenten aan een lerarenopleiding zelfs de eerste twee jaar.”

Wat is uw belangrijkste politieke standpunt voor wat betreft studenten in Nederland?
“Ik vind het van groot belang dat het hoger onderwijs in Nederland voor iedereen die wil en kan toegankelijk is. Het moet voor iedereen die kan en wil mogelijk zijn om te beginnen aan een opleiding en het moet mogelijk zijn om het met succes af te ronden. Daarom wil ik de studiedruk verminderen en zorgen voor goede begeleiding.”