Bètawetenschappen worden vaak geassocieerd met ingewikkelde formules en procedures voor alleen de slimste onder ons. Maar eigenlijk is het niet meer dan precies willen aantonen hoe de wereld in mekaar steekt door middel van natuurwetten, modellen en logica. Vandaar ook wel de aanduiding ‘exacte vakken’. In onze buurlanden spreken ze over positieve wetenschappen; dat klinkt al een stuk vriendelijker.

Exacte vakken zijn tegenwoordig een ruim begrip. De studrichtingen bevatten naast de geijkte drie: wiskunde, scheikunde en natuurkunde tegenwoordig ook informatica en technische wetenschappen. Onderdelen van biologie en aardwetenschappen kunnen ook vallen onder het vakgebied. Denk aan nieuwe richtingen als life science of kunstmatige intelligentie. Je kunt de fundamentele kennis ook gebruiken voor de zoektocht naar toepassing in nieuwe producten. En wie denkt dat zaken als robots programmeren, chemische reacties analyseren, of een informatiesysteem ontwerpen enkel iets voor jongens is, heeft het goed mis. Weinig vrouwen kozen voorheen misschien voor studies in de richting van natuur en techniek; het aantal meisjes dat tegenwoordig kiest voor een nt-profiel is aanzienlijk.

Sociale robot

Bètawetenschappen worden vaak geassocieerd met ingewikkelde formules en procedures voor alleen de slimste onder ons. Maar eigenlijk is het niet meer dan precies willen aantonen hoe de wereld in mekaar steekt door middel van natuurwetten, modellen en logica. Vandaar ook wel de aanduiding ‘exacte vakken’. In onze buurlanden spreken ze over positieve wetenschappen; dat klinkt al een stuk vriendelijker.

Robots worden steeds socialer. Een bekend voorbeeld van een sociale robot is Paro, een zeehondrobotje dat in verzorgingstehuizen wordt ingezet om dementerende ouderen te kalmeren en reacties bij ze uit te lokken. Voor deze doelgroep heeft deze robot goede resultaten, maar de stap naar robots die, net als mensen, verschillende soorten sociale aanrakingen kunnen herkennen, interpreteren en er juist naar kunnen handelen is nog erg groot. Het is een relatief onontgonnen gebied binnen de wetenschap, maar wel een gebied waar op termijn veel van valt te verwachten, Denk bijvoorbeeld aan robots die autistische kinderen helpen met hun sociale contacten, of robots die geneeskundestudenten trainen op praktijksituaties.

Merel Jung doet bij onderzoeksinstituut CTIT van de Universiteit Twente onderzoek naar sociale aanraking tussen mens en robot. Met een relatief eenvoudig systeem – een paspoparm met daarop druksensoren, aangesloten op een computer – slaagde ze er in om zestig procent van de aanrakingen goed te herkennen. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen grijpen en knijpen, of tussen hard aaien en zacht wrijven.

Bron: NWO