Als je komend jaar gaat studeren, staan er grote veranderingen op het programma. Je verruilt de vertrouwde muren van je middelbare school voor een hogeschool of universiteit. Misschien verlaat je je ouderlijk huis wel om op kamers te gaan. Het begin van een nieuwe studie is leuk, maar ook spannend. Om je alvast een beetje wegwijs te maken, praten we je met feiten en cijfers bij over de huidige stand van het hoger onderwijs en het studentenleven.

Wat je moet weten over je studiefinanciering

Je hebt het ongetwijfeld meegekregen. Vanaf september 2015 is de basisbeurs in hoger onderwijs afgeschaft. In plaats daarvan is er door het kabinet een zogenoemd ‘sociaal leenstelsel’ ingevoerd. Om je studie te kunnen bekostigen kun je als student een vast bedrag per maand lenen, dat later onder gunstige voorwaarden dient te worden terugbetaald.  Een aanvullende beurs als je ouders niet genoeg verdienen en het studentenreisproduct zijn wel een gift van de overheid gebleven, mits je binnen tien jaar je diploma haalt. Het is een van de grootste hervormingen van de afgelopen dertig jaar in het hoger onderwijs.

Tijdens het maken van dit magazine was het formatieproces van een nieuw kabinet nog in volle gang. Het is denkbaar dat de studiefinanciering dan opnieuw onder de loep wordt genomen. Hou hiervoor de website van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) goed in de gaten.

De centrale loting wordt afgeschaft

Sommige opleidingen in het hoger onderwijs hebben maar een beperkt aantal plaatsen. Zij kunnen een zogenoemde numerus fixus instellen. Tot voor kort gold: als je cijfers niet hoog genoeg zijn, moet je meedoen aan de centrale loting door DUO. Dat is sinds het studiejaar 2017-2018 afgeschaft. Nu vindt er een decentrale selectie plaats, wat inhoudt dat onderwijsinstellingen zelf studenten voor hun lotingstudies selecteren. Dat betekent dat er niet langer alleen maar naar je gemiddelde cijfers wordt gekeken. Je motivatie, persoonlijkheid en eerdere schoolprestaties worden ook meegenomen. Zo wordt de kans groter dat de juiste student op de juiste plek terecht komt. De universiteit of hogeschool van jouw keuze kan je meer over dit selectieproces vertellen.

Voor aankomend collegejaar hebben scholieren zich dit jaar massaal ingeschreven voor numerus fixus-opleidingen. Het aantal aanmeldingen is twee keer zo hoog als het aantal plekken: in totaal zijn er 46.542 aanmeldingen voor 19.608 plaatsen.

(Bron: de Volkskrant)

Studenten blijven langer thuis wonen

Van juli tot en met oktober 2016 verhuisden 46.000 jongeren van 17 tot 22 jaar naar een andere gemeente in Nederland. Dat zijn er 4 procent minder dan in dezelfde periode in 2015. In het voorgaande jaar was de daling nog 14 procent. In andere leeftijdsgroepen steeg het aantal verhuizingen in deze periode juist. Dat meldt CBS. Het aantal verhuisde 19-jarigen daalde met 7 procent het meest. Naar Utrecht verhuisden ruim 700 jongeren minder dan het jaar ervoor, ten opzichte van 2015 bijna een kwart minder. Zowel absoluut als relatief is de daling in Utrecht het grootst. Volgens het CBS zette de daling in het studiejaar 2014-2015 al in, toen het nieuwe studiefinancieringsstelsel werd ingevoerd. Uit angst voor hoge schulden blijven studenten langer thuis wonen.

(Bron: CBS)

Zoveel kost studeren

Studeren is niet goedkoop. Met alleen je collegegeld ben je er nog niet. Het Nibud, het landelijk adviesorgaan op het gebied van huishoudelijke financiën, rekende uit hoeveel je als student ongeveer maandelijks kwijt bent.

  • Huur: 366 euro
  • Collegegeld: 167 euro
  • Boodschappen: 161 euro
  • Studieboeken en -benodigdheden: 57 euro
  • Vervoer (naast de OV-kaart): 55 euro
  • Ontspanning, uitgaan en sport: 144 euro
  • Kleding en schoenen: 47 euro
  • Zorgverzekering: 97 euro
  • Telefoon: 26 euro

(Bron: Nibud)

Studentenverenigingen negatief in het nieuws

De Groningse studentenvereniging Vindicat kwam het afgelopen jaar negatief in het nieuws. Een jongen raakte zwaargewond tijdens de ontgroening en er kwam een zogenoemde ‘bangalijst’ naar buiten, met daarop de namen en foto’s van vrouwelijke leden en scores voor hun prestaties in bed. Het wakkerde een landelijke discussie aan over de cultuur binnen studentenverenigingen. Vindicat heeft een jaar de tijd gekregen om onder strenge voorwaarden de zaakjes weer op orde te krijgen. Zo mochten de eerstejaars tijdens afgelopen ontgroening niet drinken. Hetzelfde gold voor de helft van de begeleiders.

(Bron: Telegraaf)

Aantal studenten in het hoger onderwijs gestegen

Na een dip is het aantal studenten in het hoger onderwijs afgelopen collegejaar weer gestegen, blijkt uit cijfers die de Nederlandse universiteiten (VSNU) en de Vereniging Hogescholen dit jaar bekend maakten. In totaal studeerden in het collegejaar 2016-2017 maar liefst 264.838 studenten, een stijging van 2,6 procent opzichte van een jaar eerder.

Opvallend is vooral de stijging bij eerstejaarsstudenten in het hbo. Daar begonnen 98.809 studenten aan een opleiding, een stijging van 4,8 procent ten aanzien van een jaar eerder. Vorig jaar daalde de instroom van studenten in het hbo flink (met 8,3 procent), een dip die volgens critici toe te schrijven was aan de invoering van het leenstelsel. Ook de instroom in de universitaire bacheloropleidingen steeg dit jaar, met 7,8 procent tot een totaal aantal van 47.316 studenten.

(Bron: NRC)

 

Opleidingen worden steeds vaker in het Engels gegeven

69 procent van de masteropleidingen op Nederlandse universiteiten is tegenwoordig geheel Engelstalig. Van de economiemasters is dat zelfs 88 procent, bij Gedrag & Maatschappij twee uit drie. Technische masters zijn bijna voor 100 procent in het Engels. Van de bacheloropleidingen op universiteiten is 20 procent Engelstalig, met name de multidisciplinaire colleges.

25 procent van de masteropleidingen op hogescholen en 6 procent van de bacheloropleidingen is Engelstalig.

Uit sommige hoeken klinkt kritiek op de verengelsing van het hoger onderwijs in Nederland. Het zou voornamelijk gericht zijn op het aantrekken van internationale studenten, wat geld in het laatje brengt, maar de kwaliteit van het onderwijs niet altijd ten goede komt.

(Bron: NRC)

Vrouwen vaker hoger opgeleid dan hun partner

Het CBS onderzocht de verschillen in opleidingsniveau van mannen en vrouwen van boven de 25 jaar die samenwonen. Het percentage mannen met een hoger onderwijsniveau dan hun partner daalde in de periode 2003 tot 2016 van 38 naar 34 procent. In 2016 was bij iets meer dan 40 procent van de mannen de partner even hoog opgeleid als hijzelf. 24 procent van de vrouwen in een relatie had in 2016 het hoogste diploma. Er zijn grote verschillen tussen leeftijdsgroepen. Terwijl van de 25- tot 35-jarige vrouwen 32 procent een hoger onderwijsniveau heeft dan hun partner, is dat bij slechts 14 procent van de vrouwen van 65 jaar of ouder het geval.

(Bron: CBS)