Marc van Mil is docent biomedische genetica en won afgelopen april de Docent van het Jaar-verkiezing voor het Hoger Onderwijs. We spraken met hem over docent worden, het onderwijs, tentamens en hoorcolleges.

Biomedische genetica, wat is dat?

“Ik geef les over DNA, en dan vooral over de vraag hoe fouten in het DNA tot ziektes kunnen leiden. Voor nieuwe behandelingen en medicijnen is het heel belangrijk om te weten hoe DNA werkt. Bij biomedische genetica onderzoek je dus het menselijk DNA om de medische wereld verder te helpen.”

Waarom ben jij verkozen tot Docent van het Jaar?

“Dat zou je eigenlijk aan de jury moeten vragen, haha. In het juryrapport stond dat ze mij een moderne docent vinden, omdat ik gebruikmaak van nieuwe onderwijsmethodes zoals online games en animaties. Tegelijkertijd ben ik ook heel betrokken bij de studenten. Ik leg de lat hoog, maar voorkom dat ze ‘verzuipen’ in de lesstof. De jury was vooral te spreken over die combinatie van persoonlijke betrokkenheid, individuele begeleiding en het gebruik van moderne middelen.”

Wist jij altijd al dat je docent aan de universiteit wilde worden?

“Pas toen ik richting afstuderen ging maakte ik bewust de keus om docent te worden. Hoewel ik op weg was om onderzoeker in het lab te worden, besefte ik toen dat ik vertellen over het vak misschien nog wel leuker vond dan zelf experimenten doen. Ik heb een onderwijsminor gevolgd en stagegelopen. Ik wist al snel dat ik les wilde geven op een universiteit, maar je kunt daar geen opleiding voor doen zoals een basisschool- of middelbare schooldocent. Op de universiteit word je on the job opgeleid, maar dan moet je wel gepromoveerd zijn én een plekje kunnen vinden.”

“Vertellen over het vak vond ik nóg leuker dan experimenten uitvoeren”

Hoe ziet een hoor- of werkcollege er bij jou uit?

“Een student bereidt de lesstof thuis voor met een computermodule. Als je dat niet doet, heeft het ook geen zin om naar de werkgroep te komen. Daar ga je met 25 andere studenten over de lesstof discussiëren en kun je vragen stellen. Aan het eind van de week geef ik nog een hoorcollege voor alle 175 studenten, waarin ik de belangrijkste punten bespreek.”

Wat zijn de leuke en minder leuke kanten aan lesgeven?

“Het leukst vind ik het werken met studenten. Je hebt interactie met elkaar, ze stellen vragen aan je, en samen kom je dan een stapje verder. Het is echt mensenwerk, en daardoor elke dag anders. Ik vind het jammer dat er altijd een tentamen aan de lesstof wordt geknoopt op basis waarvan je mensen moet beoordelen. Het liefst zou ik mondelinge tentamens afnemen, maar dat is gewoon niet uitvoerbaar met zoveel studenten.”

“Het leukst aan mijn vak? De interactie met studenten”

Wat is het grootste compliment dat jij kunt krijgen?

“Een student die zegt: ‘ah, nu snap ik het’. Als je het kwartje ziet vallen, vooral bij iemand er keihard voor heeft gewerkt, is dat heel bijzonder.”

Wat zou je dan willen veranderen aan het onderwijs in Nederland?

“Ik zou willen dat alle docenten, of het nou op de basisschool of de universiteit is, meer ruimte krijgen voor innovatie. Het beste zou zijn om als docent steeds nieuwe lessen te maken waarin je dingen kunt uitproberen. Dat is leuk voor de studenten én voor de docent zelf, want die blijft zich daardoor ontwikkelen. Helaas is daar nu vaak te weinig tijd voor.”

“Het is belangrijk dat ook een docent zich blijft ontwikkelen”

Wat is jouw gouden tip voor aankomende studenten?

“Kies met je hart, en wees niet bang dat die keuze meteen perfect moet zijn. Als later blijkt dat die studie je toch niet bevalt, is dat heus niet het einde van de wereld.”

Foto: Jeroen den Otter