In hoeverre bepalen jouw hersenen je gedrag? Neuropsycholoog prof. dr. Erik Scherder maakte naam en faam met zijn onderzoeken naar ons brein en gedrag. Je kent hem van zijn korte colleges voor de Universiteit van Nederland en het boek Laat je hersenen niet zitten. Hij was al bijna 50 toen hij een vaste baan kreeg bij de universiteit, maar dat deerde hem niet. “Ik heb het nooit ervaren als een 80-urige werkweek.”

Van familiebedrijf naar fysiotherapie

“Als je een zoon had, ging hij het familiebedrijf in. Zo was het vroeger. Voor mij bleek dat geen succes, dus ging ik me pas rond mijn 21e afvragen wat ik eigenlijk wilde doen. Ik volgde een opleiding tot tennisleraar, maar het stelde me teleur dat veel mensen nooit op les kwamen. Toen heb ik de fysiotherapeut aangesproken die een deel van de tennisopleiding gaf. Wat hij vertelde vond ik superinteressant, en zo is het balletje gaan rollen. Uiteindelijk volgde ik de opleiding tot fysiotherapeut en ging ik werken in het ziekenhuis.”

Liefde voor het brein

Ik was fysiotherapeut in een klein ziekenhuis waar je overal bij mocht meekijken, als je maar je mond hield. Zo ontdekte ik mijn interesse in de psychologie en, nog sterker, mijn liefde voor het brein. Via de Vrije Universiteit kon ik in de avonduren Neuropsychologie studeren en haalde ik mijn doctoraal, zoals de master toen nog heette. Ik was toen begin dertig en het gezin Scherder begon een beetje te ontstaan. Ik ben al die tijd als fysiotherapeut blijven werken, want er moest wel brood op de plank komen. Vanaf dat moment werkte ik 70 tot 80 uur per week, en dat is eigenlijk nooit meer opgehouden.”

The sky is the limit

“Na mijn studie wilde ik promoveren, maar er was geen promotiebaan. Dus werkte ik iedere dag tot vier uur als fysiotherapeut, ging ik daarna naar het verpleeghuis waar ik tot halfacht onderzoek deed, en in het weekend schreef ik aan mijn onderzoek. Zo deed ik mijn promotie. Uiteindelijk kreeg ik pas in 2000 een vaste aanstelling bij de universiteit, toen was ik bijna 50. Het was een lange tocht, maar met heel veel geluk in mijn hart. Ik kon hier mijn liefde in kwijt, en heb het daarom nooit ervaren als een 80-urige werkweek. Als je echt iets doet waar je hart ligt, dan geldt: the sky is the limit.”

“Als je iets doet waar je hart ligt, dan geldt: the sky is the limit

Neuropsychologie

Neuropsychologie is de relatie tussen je hersenfuncties en het gedrag dat je uit. Het begrip ‘gedrag’ is heel ruim. Niet alleen hoe je je gedraagt, maar ook je geheugenfuncties en je emoties worden vanuit je hersenen bepaald. Voor ons onderzoek werken we de hele dag met patiënten, van heel jong tot heel oud, die allemaal een kleine of grotere afwijking aan de hersenen hebben. Dat varieert echt van vroeggeboren baby’s tot ouderen met hevige dementie.”

Forensisch onderzoek

“Binnen de neuropsychologie bestaan heel veel verschillende onderzoeksgebieden. Voor de forensische neuropsychologie, bijvoorbeeld, kijken wij naar het effect van de gevangenis op het brein van de gedetineerden. Kijk, je zit daar niet voor de haargroei, je hebt iets gedáán. Je vindt het moeilijk om je impulsen te controleren, je hebt iemand om het leven gebracht, of wat dan ook. In de gevangenis ‘verarmt’ de omgeving, want gedetineerden zitten 22 uur per dag op hun cel. Dan kun je niet verwachten dat als die mensen vrijkomen, ze beter hun impulsen kunnen controleren. Je moet het brein juist activeren.”

“In de gevangenis verarmt de omgeving, want gedetineerden zitten 22 uur per dag op hun cel”

Running therapy

“Door het brein te stimuleren, activeer je het remmend vermogen. Daarvoor moet je mensen geestelijk uitdagen, bijvoorbeeld door ze een vak te laten leren in de gevangenis. Muziek en lichaamsbeweging zijn ook belangrijk, maar dan niet in de zin van armen die alsmaar sterker worden, want dat is natuurlijk weer gevaarlijk. Running therapy is een prima optie. Of zoals in Noorwegen, waar gevangenen gewoon op een eiland werken en met elkaar de boel regelen. Daar zijn nauwelijks incidenten, want mensen hebben een soort vrijheid binnen hun gevangenschap.”

Laat je hersenen niet zitten

“Een ander onderzoeksgebied betreft de invloed van bewegen op je hersenen. Het meest verrassend vond ik dat het effect van bewegen het grootst bleek als je uit de inactiviteit komt. Bij mensen die al heel actief zijn en daar nog een schepje bovenop gooien, daar vind je eigenlijk niks. Maar als je inactief bent, zoals het grootste gedeelte van onze bevolking wereldwijd, en je gaat ertegenaan, dan geldt het grootste effect. Zelfs als je bejaard bent kun je nog resultaat boeken.”

Inactief leven

“Om te voorkomen dat je een inactief leven leidt, zoals wij dat noemen, moet je twee dingen doen. Eén: je moet het zitten onderbreken. Na een halfuur of drie kwartier zitten moet je eigenlijk weer even lopen, bijvoorbeeld naar de koffieautomaat of printer. Twee: je moet de beweegnorm van een halfuur per dag halen. Je kunt dus anderhalf uur per dag in de sportschool staan maar tóch een inactief leven leiden, omdat je het zitten niet regelmatig onderbreekt.”

“Je kunt iedere dag in de sportschool staan maar tóch een inactief leven leiden”

Inspanning leveren

“Een halfuur per dag aan één stuk bewegen is echt niet zoveel, maar slechts tien procent haalt dat. Dat doe je al door te fietsen, maar dan natuurlijk niet op een e-bike. Je moet flink trappen, een inspanning leveren. Juist omdat je niet in de sportschool hoeft te staan of in de regen te gaan hardlopen, is het eigenlijk heel toegankelijk. Ken je die mensen die onder werktijd een telefoongesprek voeren in het trappenhuis? Loop ondertussen de trap, denk ik dan. Duurt het gesprek ook nog korter, want je raakt op een gegeven moment buiten adem, haha.”

Op de werkvloer

“Over werk gesproken, ik gaf laatst een duocollege voor de Universiteit van Nederland over persoonskenmerken op de werkvloer. Ideaal is iemand die sterk empathisch is en écht invoelt. Zelfreflectie is ook heel belangrijk. De neuronale systemen die van invloed zijn op empathie en zelfkritiek kun je niet veranderen, maar je kunt wel proberen het binnen de perken te houden. Toen ik pas in het ziekenhuis werkte, duurde het in mijn beleving nog maar heel even of ik zou chef de clinique zijn. Tot een van de zusters tegen me zei: “Wie denk je eigenlijk wel dat je bent?” Dan keer je meteen terug op aarde.”

Kijken in het brein

In mijn vakgebied scannen we heel veel door middel van MRI en DTI, maar ik geef ook onderwijs op de snijzaal. Dan kijken we letterlijk in het brein. We snijden het open en laten de studenten zien hoe de structuren lopen. Natuurlijk knijpen sommigen ‘m, maar we bouwen het heel rustig op. Het is voor hen echt een hoogtepunt, omdat je het brein driedimensionaal kunt zien op die manier. Dan zie je pas echt waar die structuren liggen en hoe moeilijk het is om ze te vinden. Iedereen wil een keer extra mee naar de snijzaal, zelfs mensen die de studie niet volgen. Prachtig.”

“Iedereen wil een keer extra mee naar de snijzaal, prachtig”

Onbeantwoorde vragen

“Er blijven altijd vragen om te onderzoeken. We kijken nu bijvoorbeeld naar de pijnbeleving van mensen met dementie of een verstandelijke beperking. Daar willen we heel graag meer grip op krijgen. Maar ook op de relatie tussen muziek en ziektebeelden, en de ontwikkeling in gevangenissen. Kortom, het is niet in één zin samen te vatten op welke vraag ik nog antwoord zou willen krijgen. Ik vind elk van mijn onderzoeksgebieden even interessant, ik zou aan elke ervan mijn hele leven kunnen besteden.”