Als je eenmaal een studie hebt gekozen, moet er nóg een keuze worden gemaakt. Verlaat je het ouderlijk nest en ga je op jezelf wonen? Of kies je ervoor om nog even onder moeders vleugels te blijven? Voor allebei valt iets te zeggen. Twee studenten vertellen.

Tamara Winands, 23, studeert journalistiek in Utrecht

“Die lening heb ik ervoor over”

“Voordat ik journalistiek studeerde, heb ik een bakkersopleiding in Amsterdam gevolgd. Dat was dichtbij Bennebroek, waar ik vandaan kom, dus toen vond ik op kamers gaan niet zo zinvol. Dat veranderde toen ik journalistiek ging studeren in Utrecht. Ineens moest ik twee uur heen en twee uur terugreizen, dus ik zat elke dag vier uur in het OV. Als je college om half 9 begint, is dat echt geen pretje. Ik vertrok soms al om 6 uur ’s ochtends van huis. Bovendien maakte ik nieuwe vrienden en had ik steeds vaker afspraken nadat de lessen waren afgelopen. Dat gereis begon me echt tegen te staan. Het was veel praktischer om op kamers te gaan.

Maar dat is in Utrecht makkelijker gezegd gedaan. Ik ben de eerste van het gezin die op kamers gaat, dus ik wist helemaal niet hoe ik dat handig aan moest pakken. Ik had het geluk dat een studiegenoot wegging uit haar kamer, die kon ik heel eenvoudig van haar overnemen. Het is maar een klein hok, maar midden in het centrum. Ik ben inmiddels wel weer toe aan iets anders, maar het is nog altijd een verademing dat ik niet meer zo vaak in de trein hoef te zitten.

Toen ik nog thuis woonde moest ik aan tafel op het moment dat mijn moeder had gekookt. Nu bepaal ik mijn eigen regels. Ik ben extra aan het lenen om alles te kunnen betalen, maar dat heb ik ervoor over. Ik krijg er veel vrijheid voor terug. Ik denk dat iedere student die afweging voor zichzelf moet maken.”

Kirsten, 25, studeerde journalistiek in Utrecht

“Ik wilde me volledig op mijn studie focussen”

“Mijn ouders wonen in Santpoort, in de buurt van Haarlem, op zo’n anderhalf uur reizen van Utrecht. Ik ben toen ik vijf jaar geleden begon aan mijn studie bewust niet op kamers gegaan. De belangrijkste reden daarvoor is dat ik me volledig op mijn studie wilde focussen. Ik dacht: als ik op kamers ga dan verslapt mijn aandacht en ben ik te veel tijd kwijt aan uitgaan. Ik wilde ook niet extra veel moeten werken om de huur te kunnen betalen, want een schuld opbouwen zag ik niet zitten.

Dat wil niet zeggen dat ik helemaal niks van het studentenleven heb meegekregen, hoor. Ik heb genoeg vriendinnen in Utrecht wonen waar ik op donderdagavond, de studentenstapavond, altijd kon blijven slapen als ik dat wilde.

Of ik het reizen niet vervelend vond? Nee, eigenlijk niet. Ik zat elke dag drie uur in de trein en moest zelfs drie keer overstappen, maar ik heb het nooit vervelend gevonden. Het klinkt misschien gek, maar tussen al dat gestudeer door zag ik het als een rustmoment voor mezelf.

Ik merkte dat mijn ouders mij steeds vrijer probeerde te laten. Dat was in het begin wel lastig voor ze, als ik ’s avonds niet thuiskwam bij het eten bijvoorbeeld, maar op den duur ging dat prima.

Inmiddels ben ik wel het huis uit en woon ik samen met mijn vriend. Pas nu denk ik: misschien was het toch wel leuk geweest, een paar jaar op kamers tijdens mijn studententijd. Maar ik ben blij met hoe alles is gelopen: ik heb hard kunnen studeren en heb geen studieschuld.”