Op zijn zestiende liep Stan samen met een vriend de lokale omroep binnen, om de drie jaar daarna een eigen sportprogramma op de radio te maken. Nu, tien jaar later, is hij redacteur bij de landelijke radiozender Radio 1. “Ik vind het een voorrecht dat ik voor mijn werk het nieuws mag volgen.”

Waarom koos jij voor de bachelor Nederlandse Taal en Cultuur?

“Ik wilde altijd al journalist worden, maar ook graag een wetenschappelijke opleiding doen. Omdat er te veel afgestudeerde journalistiekstudenten waren en te weinig werkplekken, wilde ik me onderscheiden met een academische opleiding. Ik had wel al van tevoren bedacht dat ik daarna de master Journalistiek ging doen.”

Had je achteraf gezien liever een hbo Journalistiek gedaan?

“Mijn bachelor heeft me een wetenschappelijk denkniveau opgeleverd, plus een uitstekende taalvaardigheid en verstand van hoe communicatie werkt. Maar de praktijk leer je niet tijdens die opleiding; daarvoor moet je toch op een hbo Journalistiek zijn. Zelfs de master Journalistiek heeft geen stage in het studieprogramma. Om toch die ervaring op te doen heb ik na mijn studie zelf vrijwilligerswerk gedaan.”

Je zat ook in het bestuur van een studententennisvereniging. Kon je dat wel combineren met je studie?

“Ik heb tijdens mijn bestuursjaar misschien wel meer geleerd dan tijdens een jaar studie, op sociaal gebied dan. Ik heb dat jaar niet fulltime gestudeerd en maar 30 studiepunten gehaald. Dat was wel een beetje een bewuste keuze, want ik wilde alles uit mijn bestuursjaar halen. Ik vond het ook niet erg om een jaartje vertraging op te lopen, want ik was erg jong. Ik kan me voorstellen dat dat nu anders ligt met het leenstelsel.”

Nog voor je aan je bachelor begon, was je al programmamaker bij Stads RTV Breda. Hoe kwam je daar terecht?

“Op m’n zestiende ben ik met een goede vriend naar de lokale omroep in Breda gegaan, waar ze een vacature hadden voor een nieuw sportprogramma. Dat hebben wij samen opgezet en ineens waren we de baas van het sportprogramma op zondagmiddag op de radio. Het werd een soort Langs de lijn met studiogasten, verslaggevers langs het veld en telefoontjes naar andere clubs. Het leukste was dat we daar alles zelf mochten doen: presenteren, verslaggeven en de techniek.”

Je hebt daarna ook als verslaggever en journalist gewerkt, en bent nu redacteur bij de landelijke Radio. Wat doe je daar precies?

“Als redacteur bij Radio 1 bereid ik de gesprekken voor die op de radio worden gevoerd. Ik zorg ervoor dat de presentator een introtekst en een gespreksopzet heeft, maar ik doe ook de voorgesprekken met de studiogasten. Meestal gebeurt dat pas een dag van tevoren of op de dag zelf, want dan is een item actueel. Het leuke is dat er ook een heleboel deuren voor je opengaan als je bij Radio 1 werkt; mensen lopen zelfs een vergadering uit als ik ze bel.”

Heb je nog tips voor aankomende studenten Journalistiek?

“Een studie alleen is niet genoeg. Je moet echt praktische dingen ernaast doen, want journalistiek leer je niet uit een boek. Het mooiste is natuurlijk als je een bijbaantje hebt in de journalistieke richting, bijvoorbeeld bij de lokale omroep. Er zijn nog steeds meer afgestudeerden dan werkplekken in dit vak, dus je zult jezelf er echt tussen moeten duwen. Daar moet je soms voor investeren, zoals ik drie jaar lang deed voor het sportprogramma op de lokale radio. Maar ik zag het niet als werk, want ik vond het hartstikke leuk.”